Leven en werk van Jan Rebel
Pagina voor het laatst aangepast op 16 september 2024.
Leven en werk van Jan Rebel architect (1885-1961)
Bron: Het bouwen van Landhuizen naar werken van Jan Rebel, uitgever H. Meulenhof, Amsterdam. Leven en werk van Jan Rebel, geschreven in 1950 door Jos. Lussenburg.
'Vasthouden en Overwinnen'
"Toen mij als oud-Laarder die het genoegen had enkele jaren met Jan Rebel samen te wonen, werd gevraagd een korte schets over het leven en werk van deze stoere, hardwerkende landhuisbouwer te schrijven, heb ik dat gaarne aanvaard. Als ik het leven van deze man in enkele woorden zou moeten karakteriseren, zou ik daar als devies boven willen plaatsen: "vasthouden en Overwinnen".
Jan rebel, die nimmer de hulp van wat men noemt kruiwagens had en vooral in zijn jeugd en de daarp volgende eerste jaren van zijn optreden als zelfstandig ontwerper, barricades van moeilijkheden te overwinnen had, heeft zijn grote succes niet cadeau gekregen.
Geboren op 25 augustus 1885 in het stille, eenvoudige vissersplaatsje Huizen (N.-H) als zoon van een van de oudste erfgooiersgeslachten, een geslacht van vrije, eigengeërfde boeren, was hij, de familietraditie getrouw, voorbestemd om boer te worden. Het kleine, eigenzinnige kereltje wist echter al vroeg wat hij wilde. We zien hem dan ook vanaf de lagere school reeds naar een timmermansbaas stappen. Vanaf dat ogenblik wist hij echter reeds dat dit geen doel voor hem kon zijn, alhoewel de practijk van het timmeren nodig was. Hij had de boog van zijn aspiraties hoog gespannen en op jeugdige leeftij reeds, zien wij hem worstelen met de moeilijkheden in familiekring en daarbuiten. Hij zag er niet tegenop na een arbeidsdag van 12 uur, zoals men die vroeger in de bouwvakken kende, naar Bussum te lopen om daar de avondtekenschool te volgen. Deze school stond onder directie van de bekende Bussumse architect Gerrit Jan Vos. Deze architect is voor hem een grote steun geweest. De tijd, die door de meeste jongens van zijn leeftijd aan ontspanning werd besteed, gebruikte hij, zoals hij dat noemde, om zichzelf vrij te werken van hamer en beitel.
Evenals echter bij alle verwerving van menselijke kennis het bewustzijn van eigen onkunde groeit, zo zag ook deze strever meer en meer de omvang van de taak, welke hij zich had gesteld. Hij zou echter de aan zichzelf gedane belofte om 'architect' te worden vervullen, welke offers dit ook zou moeten kosten.
Deze gevoelige, artistieke jongen, die door zijn omgeving niet begrepen werd en om zijn ijver eerder bespot dan geprezen, wist zich ten slotte op eigen kracht en roeping vertrouwende, een weg te banen.
Hij bracht het zover, dat men hem in zijn geboorteplaats opdracht gaf voor de bouw van een verenigingslokaliteit. Kenschetsend voor de sfeer waarin hij opgroeide is, dat, toen hij naderhand in datzelfde gebouwtje een kunstavondje organiseerde, waarvoor hij enkele goede krachten van buiten had laten komen, er vrijwel geen bezoek was. Na afloop werd de nieuwlichter Rebel en zijn zondige medewerkers bespot en uitgejouwd.
Wij zien Rebel daarna dan ook spoedig naar Laren verhuizen, waar hij thans nog woonachtig is. Laren was destijds hét belangrijke artistencentrum in Nederland. Daar bouwde hij zijn eerste landhuisje voor de kunstschilder Doezer. Doezer zag iets in hem, en het was in zijn huis dat Jan Rebel de gelegenheid kreeg zich in Laren als architect te vestigen. Na dit Doezerhuisje volgden er al spoedig meerdere opdrachten voor enkele artisten. Zo bouwde hij voor de destijds vermaarde cellist Mossel het landhuisje De Instuif. Uit dit huisje sprak al direct voor zo'n beginneling, een sterk persoonlijk karakter. De werkgelegenheid bij Doezer werd al spoedig te klein. Er werd een huis op de Brink gehuurd, in het hart van het dorp. Een bord aan het hek in sierlijke letters vertelde aan de buitenwereld, dat daarbinnen moderne landhuizen werden ontworpen door Jan Rebel.
Dat was de tijd, waarop ik met mijn karretje vrijgezellenmeubelen, in hoofdzaak violen, een oud orgeltje, lessenaars en veel boeken, bij hem het hek binnenreed.
Ik kende de jonge Rebel al enige tijd, daar hij voor een kunstbeschermster, die mij als onbemiddeld muziekstudent voorthielp, een landhuisje bouwde. Sindsdien speelde ik dikwijls op z.g. intieme kunstavondjes in het atelier van Doezer, en gaf Jan Rebel vioollessen. Hij was zeer muzikaal, doch tevens een zeer slechte leerling. Ook op de viool zocht hij in hoofdzaak zijn eigen wegen en trok zich van mijn ernstig pogen, zijn spel een gedegen technische ondergrond te geven, weinig of niets aan. Mijn samenwonen met hem bracht wel enige wijzigingen ten goede, doch in zijn element was hij pas, als hij soms tot diep in de nacht op z'n viool improviseerde.
Over het bohemiën-leven, over het romantische en dikwijls meer dan fantastisch ongeregelde van dat samenwonen, zou ik misschien een zeer interessant boek kunnen schrijven. Hoe wij huishielden in de huishouding, hoe er gekookt, geschrobt, geboomd en ook veel gefuifd werd. Hoe zo menigmaal de komende dageraad ons deed besluiten, toch ook nog wat te gaan slapen. Hoe er ook nogal eens damesbelangstelling was en hoe het er dan soms leuk en losjes, maar ook dikwijls ernstig toeging.
De filosoof Nietzsche en de grote Beethoven waren de geestelijke leiders, die een zeer voorname plaats in ons huis innamen. In gulden letters waren hier en daar snedige gezegden van deze beide vereerde meesters op de wanden gekalkt. Aan wandversiering hadden wij trouwens nooit gebrek, want onder de invloed van de Larense sfeer, had de schilderwoede ons zo nu en dan ook danig te pakken en wisselde het aanzien van ons interieur voortdurend. Jan vergreep zich dikwijls (zelfs bij kunstlicht) aan het landschap. Hij beweerde, dat hij dat schilderen nodig had voor zijn werk, en dat iedere architect dat eigenlijk moest doen om een juiste kijk op de zuivere plaatsing van zijn object in de ruimte te krijgen.
Intussen studeerde hij voor de variatie wiskunde en ornament. Eerlijk gezegd heb ik nooit goed begrepen, hoe één mens aan zoveel dingen tegelijk zijn volle energie en aandacht kon wijden.
De eerste wereldoorlog maakte aan onze samenleving een abrupt einde. Wij gingen beiden in een zeer droevige stemming uiteen. Het onverbiddelijke lot had beslist... wij werden soldaat. Nog enkele keren kwamen wij gelijktijdig met verlof thuis en vierden dan tot diep in de nacht het weerzien, doch onze wegen gingen uiteen.
Jan was, zoals men dat in diensttermen uitdrukt, een echte lijntrekkker. Dit was hij letterlijk en figuurlijk, want al spoedig zat hij veilig achter een militaire tekentafel en genoot alle voordelen daarvan. Typerend is, dat, toen één van zijn vrienden hem in zijn garnizoen opzocht en aan de wachtcommandant vroeg: 'Kan ik soldaat Rebel spreken?", deze ten anrwoord gaf: "Rebel, Rebel... o ja, je bedoelt 'de onvindbare' met die schilderkist. Ik zal hem voor u proberen op te sporen." dat hij gedurende de oorlogsjaren niet stilgezeten had, bleek al direct uit lijn en constructie van zijn na-oorlogse werk. Beter dan ik het zou kunnen, vertellen de afbeeldingen in dit boek u van hetgeen Jan Rebel in de verder loop van zijn ontwikkeling voor de aestethische waarden van het Hollandse landhuis te betekenen had.
Hoewel niet geheel volledig, geeft dit werk toch de hoofdaccenten uit de door hem gecreëerde symphonieën van hout en steen. De scheppingen van deze nog steeds vitale werker zijn de in alle eenvoud sprekende getuigen van Hollandse degelijkheid, gepaard aan edele vormen. Wat mij altijd weer sterk in zijn werk heeft getroffen, is de kundige en geniale wijze waarop hij het meest grillig grondplan en interieur, constructief wist te verantwoorden, zonder de rust en nobele lijnen van het object in zijn geheel geweld aan te doen. Dit compromis tussen interieur, constructie en vormgeheel, dat steeds opnieuw bij het ontwerpen van een bouwwerk 'het probleem' is, heeft hij altijd weer ten gunste van de aesthetische en practische waarde van het landhuis als zodanig, op dikwijls verbluffende wijze weten tot stand te brengen.
ik ben ervan overtuigd, dat deze figuur in onze architectenwereld nieuwe perspectieven in de landelijke bouwkunst heeft gebracht, en dat hij hierop voor een verre toekomst zijn eerlijk en glorieus stempel heeft gedrukt.
Moge dit woord zijn werkboek vergezellen, uit dank voor het goede dat hij ook mij heeft geschonken."
Nunspeet Jos. Lussenburg
Leven en werk van Jan Rebel architect (1885-1961)
Bron: Het bouwen van Landhuizen naar werken van Jan Rebel, uitgever H. Meulenhof, Amsterdam. Leven en werk van Jan Rebel, geschreven in 1950 door Jos. Lussenburg.
'Vasthouden en Overwinnen'
Jan Rebel (1885-1961), architect
Ludwig van Hooren is lid van Dutch Photographers (DuPho), platform GKf, Federation of European Photographers (FEP), Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), Canon Professional Services (CPS).
Ludwig van Hooren Vakfotografie staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel in Breda. Op alle werkzaamheden zijn de Algemene Leverings- en Betalingsvoorwaarden van toepassing.
2024 Ludwig van Hooren Vakfotografie privacyverklaring
Terug naar stukje historie