Pagina voor het laatst aangepast op 8 februari 2024.

 

Paul Huf

Bron: Depth of Field (Fotolexion, 5e jaargang, nr. 10, december 1988)

 

Extract

Paul Huf is de grijze eminentie van de Nederlandse fotografie te noemen. Reclame- en portretfotografie zijn zijn voornaamste specialiteiten en zijn naam was tot voor kort bijna spreekwoordelijk verbonden aan de 'Vakmanschap is Meesterschap' reclamecampagnes voor Grolsch bier. Ook is zijn naam bijkans synoniem aan zijn bijzondere stijl van glamourportretkunst. Evenals in de fotografie heeft hij met het maken van korte films, voornamelijk reclamefilms en filmportretten, zijn sporen verdiend. Paul Hufs 'verstilde' geposeerde fotografie staat in de tweede helft van de jaren tachtig model voor een jonge fotografengeneratie.

Paul Huf werkt als fotograaf, en tot voor kort ook als filmer voornamelijk voor opdrachtgevers; vrije fotografie vormt een marginaal onderdeel van zijn oevre. Zijn grote bekendheid heeft hij te danken aan zijn portret- en reclamefotografie.

 

De zakelijke jongen

Sedert zijn vroegste optreden heeft Paul Huf met zijn ideeën over vormgeving een eigen plaats in de Nederlandse fotografie ingenomen. Tegelijkertijd bewerkstelligde hij als eerste een financiële opwaardering van de opdrachtfotografie. Hij ging daarbij uit van het axioma, dat iemands capaciteiten hoger aangeslagen worden naarmate hij duurder is. In de ogen van vele collega's was hij door die instelling de zakelijke jongen, die zijn ziel aan de commercie verkocht. Niet alleen door zijn zakelijke instelling, maar ook door zijn voor Hollandse begrippen bijzondere stijl, is hij lange tijd als een buitenbeentje in de Nederlandse fotografie beschouwd.

 

Autodidact

Paul Huf is in feite autodidact. hij kwam met de fotografie in aanraking door de hobby van zijn vader, de acteur Paul Huf sr. Met experimenteren in de donkere kamer leerde hij zichzelf het ontwikkelen en afdrukken.

 

Lessen

Via Albert Mol kwam Huf in 1942 in contact met de fotograaf Stefan Nijhoff, die onder pseudoniem Stephan Storm werkte, een leerling van Man Ray. In ruil voor fotografisch materiaal kreeg Huf van hem in enkele lessen practische aanwijzingen, vanaf het nemen van de foto tot het uiteindelijke resultaat. In dienst bij de portretfotograaf Jan Vorstelman, die zelf een degelijke opleiding in het atelier van Godfried de Groot had gehad, verbeterde Huf zijn technische vaardigheden. Hij leerde hiet onder meer de kunst van het retoucheren op het negatief.

 

Toneel

Naast de enkele handreikingen bij het leren van de technische kneepjes van het vak, kreeg Paul Huf een belangrijke visuele vorming vanuit het ouderlijk huis mee. Zijn jeugd stond in het teken van het toneel. Het gezin Huf kende een dynamisch en afwisselend levensritme: de onontkoombare spanningen voor het al dan niet slagen van een voorstelling en altijd veel aanloop van mensen aan huis, vooral kunstenaars. Het toneelspel van zijn vader was van grote betekenis voor Hufs ontwikkeling. Doordat vader Huf steeds andere karakters op het toneel neerzette, leerde Paul van kindsbeen af typen te onderscheiden. In zijn fotografie zou hem dit helpen snel karakteristieken in gezichtsuitdrukkingen en pose bij zijn modellen te vinden.

 

Commercieel fotograaf

Zodra hij zijn eerste camera had, ging Paul Huf klasgenoten, vrienden en bekenden portretteren. Niets scheen hem logischer toe dan zijn camera te gebruiken voor het maken van portretten. De geportretteerden kochten zijn foto's voor f 2,50 (gulden). Huf haalde zijn types ook van de straat. Zo maakte hij in 1942 een portret van de heer Cenijn uit Laren, een man op leeftijd. Er volgden vele nabestellingen van de familie Cenijn. Huf verhoogde onmiddellijk zijn tarief en startte zo zijn loopbaan als commercieel fotograaf.

 

Eerste officiële foto-opdracht

De talenten van Paul Huf jr. werden opgemerkt en aangemoedigd door de vele acteurs en actrices die regelmatig bij de familie Huf over de vloer kwamen. In 1946 kreeg hij zijn eerste officiële foto-opdracht van het toneelgezelschap Comedia. De nieuwe toneelportretten van dit gezelschap maakte hij in de huiskamer van Ko van Dijk. Immers "elke plek op de wereld is tot studio te maken". Ook zijn eigen huiskamer in de Honthorststraat of de huiskamer van zijn ouders in de Nicollaas Maesstraat, waar hij het portret van friedrich Vordemberge-Gildewart in 1948 maakte, waren van tijd tot tijd zijn studio.

 

Buitenland

Het karakter van Hufs fotografie vormde voor Edwin Blumenfeld aanleiding hem te adviseren zich in het buitenland, met name in Parijs, verder te ontwikkelen en er zich eventueel te vestigen. In 1947 ging Huf, samen met vriend en graficus Ton Raateland, naar Parijs. Hij keek er enkele maanden rond, proefde de sfeer, maar besloot toch in Nederland te blijven. In 1957 ging hij met dezelfde intentie naar de Verenigde Staten, maar opnieuw besloot hij naar zijn vaderland terug te keren om hier zijn carrière voort te zetten.

 

Koninklijke familie

In de loop der jaren werd portretfotografie steeds duidelijker een specialisme van Huf. Zijn herkenbare persoonlijke stijl bracht hem zelfs in hofkringen. Na de tweede wereldoorlog gaf de koninklijke familie, in overleg met de Rijks Voorlichtingsdienst, er de voorkeur aan verschillende fotografen opdrachten te geven en niet langer gebonden te zijn aan een vaste hoffotograaf. In 1952 werd paul Huf door de RVD benaderd met het verzoek een fotoreportage te maken van de koninklijke familie. In die tijd werd het maken van een hofreportage als een eer beschouwd en er werd dan ook nooit een betaling gevraagd. Huf vroeg echter een bedrag van duizend gulden voor de genoemde reportage. Na enig overleg besloot de RVD aan zijn wens te voldoen. Zo ontsloot Huf dit terrein voor de commercie. Sindsdien worden alle hoffotografen voor hun werkzaamheden gehonoreerd.

 

Bekende Nederlanders

Van jongs af aan heeft Paul Huf onder acteurs en kunstenaars verkeerd. Hij begon zijn carrière met het maken van portretten van bekende Nederlanders en is eigenlijk altijd de 'Hoffotograaf' van bekende Nederlanders gebleven. Voor een gedistingeerd portret ging men altijd naar het atelier van Huf. Hij heeft een deel van zijn roem als portrettist zeker te danken aan de roem van de geportretteerden. Zoals hij in zijn boek Leeg Kijken laat zijn, heeft hij vele kunstenaars meermalen voor de lens gehad, soms met tussenposen van tientallen jaren. ook voor reclame- en modefoto's werkte hij in de jaren vijftig en zestig dikwijls met acteurs en actrices; professionele fotomodellen waren er in Nederland niet voor de jaren zestig.

 

De Mens

het essentiële thema in Paul Hufs fotografie is de mens. Als hij reclame-, mode- of reportagefoto's maakt, benadert hij zijn onderwerp als ware het een portret. Naast de glamourachtige stijl van portretfotografie die Huf tot zijn handelsmerk heeft gemaakt en de reportages die hij maakte van leden van het Koninklijk Huis, heeft Huf zijn grootste bekendheid te danken aan het reclamewerk voor zijn opdrachtgever Grolsch Bier, zowel in fotografie als in film. Het 'Vakmanschap is Meesterschap' van de Grolsch reclamecampagnes is in de Nederlandse volksmond spreekwoordelijk geworden.

 

'Slice of Life'

Vanaf zijn eerste optreden als reclamefotograaf is Huf een eigen weg ingeslagen en heeft hij met zijn originele ideeën verrassende nieuwe impulsen gegeven. Zo maakte hij in 1949 een reclameopdracht voor het Centraal Brouwerij Kantoor niet in zijn studio, maar ging daarvoor tot ieders verbazing naar het 'café op de hoek' om het bier in zijn meest vertrouwde omgeving te fotograferen; een 'slice of life' noemde hij dat. In 1952 trok hij opnieuw de aandacht door voor zijn opdrachten een professioneel fotomodel uit Engeland te laten overkomen. Een fotoreportage voor hoezen van grammofoonplaten uit 1954, in opdracht van Philips gemaakt, is ook al verre van conventioneel: klassieke muziek verpakt in kleurenfoto's van een mooiogend fotomodel! Het was een gedurfde onderneming om zo duidelijk af te wijken van de traditiegetrouwe stemmige tekeningen of de zwart-wit stillevens op de klassieke platenhoezen, maar na enige aarzeling werden Hufs ontwerpen gunstig ontvangen. Het Engelse model Ann Pickford op de platenhoezen inspireerde Annie M.G. Schmidt tot het door Conny Stuart gezonden liedje 'De Hoezenpoes'.

 

Modefotografie

Huf specialiseerde zich ook op het gebied van de modefotografie. Zijn foto's verschenen dikwijls, zonder naamsvermelding, in het weekblad De Vrouw en haar Huis. Vanaf 1965 is Huf intensief betrokken bij het maandblad Avenue dat aandacht besteedt aan mode, reizen, wonen, culinaria en andere onderwerpen. Huf was aanvankelijk als esthetisch adviseur bij de modeproducties betrokken en nam tot in de jaren zeventig een groot deel van de modefoto's voor zijn rekening. Hij werkte dikwijls met fotomodel Corine Rottschafer en  et modellen van haar in 1962 opgerichte uitzendbureau, het eerste in zijn soort in Nederland.

 

Soberheid

De stijl van Hufs modefoto's doet denken aan het werk van David Bailey en Richard Avedon, met name in de keuze van camerastandpunt, het gebruik van neutrale achtergronden zonder hoeken en schaduwwerking, en scherpstelling over het gehele beeld. Huf verwerkte in zijn foto’s een enkele maal opvallende attributen, maar hij geeft de voorkeur aan soberheid. Eenvoudige studiorekwisieten, zoals blokken, worden soms gebruikt om op of bij te poseren, maar voor het overige bouwt Huf zijn composities op met de houding van de modellen. De modellen tonen over het algemeen direct contact met de fotograaf, maar niet altijd met elkaar; de eenheid in de foto brengt Huf door de compositie tot stand. Op deze wijze vormgegeven zijn zijn modefoto’s soms stillevens, waarin geen interactie tussen de aanwezige elementen plaats vindt. Er is zelden sprake van een verhaal. Het gebruik van scherpte over het gehele beeldvlak draagt bij aan de beleving van gelijkwaardigheid van alle in de foto aanwezige elementen: een optelsom van beeldinformatie zonder hiërarchische volgorde. Huf stuurt de kijkrichting echter door zijn camerastandpunt.

 

Modereportages op locatie

Behalve in de studio maakt Huf ook modereportages ‘op locatie’, bijvoorbeeld een reportage in Rusland tegen de achtergrond van een Russisch-orthodoxe kerk of in een metrostation in Moskou en reportages in Parijs van de Parijse couture in voor- en najaar. Deze modereportages zijn in kleur opgenomen; kleur vormt hier een belangrijk compositie-element.

 

Beïnvloed

In zijn portretwerk is Huf in zijn beginperiode beïnvloed door fotografie in buitenlandse tijdschriften, bijvoorbeeld van de Amerikaanse fotograaf George Hurrell in Esquire en van George Platt-Lynes en George Hoyningen- Huene in Vogue. Hurrell hield zich voornamelijk bezig met het portretteren van bekende film- en popsterren. Hij toonde de sterren in een wereld van gesublimeerde glamour, zoals het publiek hen graag zag. Deze glamourstijl en ook de door Hurrell gebezigde methode van belichting met één spotlight nam Huf over. Huf kende in deze periode, kort na de Tweede Wereldoorlog, ook een sterk gevoel van gelijkgestemdheid met fotografen als Man Ray, Erwin Blumenfeld en Irving Penn. Het voert te ver om te beweren dat het werk van één van deze buitenlandse fotografen bepalend was voor de ontwikkeling van Hufs stijl; hij stelde zich van de internationale ontwikkelingen op de hoogte via de buitenlandse tijdschriften en werd daardoor in algemene zin beïnvloed. Hij is in Nederland zonder twijfel de duidelijkste representant van de glamourachtige portretkunst die Godfried de Groot in de jaren dertig sublimeerde en die bijvoorbeeld in de stijl van diens leerlingen, Willy Schurman en Jan Vorstelman, doorwerkte. Huf heeft zich echter ontdaan van de gedramatiseerde romantiek, die de Groots werk kenmerkt (vooral aanwezig in diens romantische belichtingswijze en het gebruik van softfocustechniek) en hangt een menselijker werkwijze aan: hij laat zijn modellen en klanten wel poseren, maar op een manier die levendiger en natuurlijker is dan in voorgaande perioden. Een vleugje ‘candid’ en journalistieke fotografie doortrekt Hufs portretten, ook wanneer het reclame- en modeportretten betreft. Huf is een specialist in het herscheppen van de werkelijkheid in zijn beelden, zodanig dat ondanks de zichtbare enscenering de suggestie van ‘echt bestaan hebben’ de overhand heeft. Een zekere verwantschap met de fotografie van Bill Brandt is eveneens in Hufs oeuvre aanwezig, in de wijze waarop het werk van beiden een ‘verstilling’ uitstraalt. Huf wordt ook wel de beeldhouwer onder de fotografen genoemd vanwege deze kracht van het stille, alsof tijdens de opname een onderkoeling optreedt, de beweging verstijft en de adem ingehouden wordt. Tegen de verwachting in leidt dit niet tot stijfheid en krampachtigheid. Er is eerder sprake van absolute rust. Lange tijd is Huf met deze wijze van fotograferen een eenling in Nederland geweest; de generatie van de jaren tachtig, met fotografen als Paul Blanca, Hans van Manen en Taco Anema, en ook vroegere reportagefotografen als Willem Diepraam, Bertien van Manen en Hannes Wallrafen, voelen zich nu tot deze stijl aangetrokken.

 

Voorliefde voor film

Hoewel hij in de eerste plaats fotograaf is, zegt Huf zelf altijd een voorliefde voor film te hebben gehad. De in zijn fotografie ondanks de verstilling opgesloten drang naar beweging en ritmiek kan in het medium film pas goed tot uiting komen. In 1947 onderkende Joris Ivens dit sluimerend talent in Hufs zwart-wit werk. Hij schreef op 8 maart van dat jaar een aanbevelingsbrief voor Huf aan "Voor wien dit van belang kan zijn”. Hij omschreef Hufs fotografie als volgt: "Ik zie in z’n werk een streven naar rhythme en beweging die hij niet in de stille fotografie kan realiseeren, het werk vraagt inderdaad naar: film”. Hij uitte zijn wens "dat Paul Huf Jr. spoedig de gelegenheid zal worden gegeven in de richting van film nu zijn verdere toekomst te vinden”. Pas in 1966 ging film een werkelijke rol in Hufs loopbaan spelen, toen hij samen met zijn zoon Eric-Jo de film- en productiemaatschappij Paul Huf Film Associates N.V. oprichtte. Eric-Jo had al een ruime ervaring als cameraman en nam vooral de technische kant in het bedrijf voor zijn rekening; Paul Huf stond garant voor de artistieke inbreng. Een groot aantal reclame- en promotiefilms, t.v.-commercials en documentaires werd in dit samenwerkingsverband met succes geproduceerd en het bedrijf groeide snel uit tot een omvang van ongeveer vijftien werknemers. De thematiek in de reclamefilms van de Paul Huf Film Associates sluit direct aan bij Hufs fotografisch oeuvre: portretten, de reclame voor Grolsch bier, in de studio gemaakte reclamespots, bijvoorbeeld voor Coca-Cola en andere commerciële opdrachtgevers, en een film over Nederlandse musea, een terrein dat hij door zijn ‘Vakmanschap is meesterschap’-campagnes goed kende. Vele onderscheidingen en prijzen viel Hufs filmbedrijf ten deel. Met name het filmisch portret Carel Willink – Fantastich Realist, in 1975 gemaakt, werd vele malen bekroond.

 

Terug naar een eenmansbedrijfje

De Paul Huf Film Associates is in 1986 opgeheven. Eric-Jo Huf was inmiddels naar een andere betrekking overgegaan en Paul Huf wilde zich in zijn werkzaamheden gaan beperken. Na de opheffing van zijn filmbedrijf keerde hij tot zijn eigen tevredenheid terug naar de situatie waarin hij zijn carrière was begonnen: een eenmansbedrijfje, waarin hij zijn foto-opdrachten vanaf de eerste arrangementen tot en met de uiteindelijke afdruk zelf afwerkt. De technische kant van zijn vak heeft Huf het minst geboeid: de man achter de camera, de ‘inventor’ van het beeld, is van belang, niet het type camera of lens. In zijn carrière als filmer bracht hij deze opvatting in praktijk door het technisch gedeelte geheel aan zijn zoon over te laten. In de fotografie behartigt hij dit onderdeel van het vak doorgaans zelf.

 

Gereedschap

Een 6×9 klapcamera was in zijn schooljaren zijn eerste gereedschap. Eenmaal als professioneel fotograaf aan de slag gegaan, werkte hij met een Rolleiflex en een Leica. Daar kwamen op den duur allerlei andere typen bij, zoals een 4×5 inch Gowlandflex, een Brand 17 technische camera, verschillende types Hasselblad en Olympus, een Zeiss Ikon spiegelreflex en Polaroid camera’s. Voor de 4×5 inch Gowlandflexcamera heeft hij een zekere voorkeur. Ontwikkelen en afdrukken van de zwart-wit foto’s doet Huf in principe zelf; kleurafdrukken laat hij door een vaklaboratorium afwerken. Vanaf 1962 heeft Huf zijn ‘bedrijf’ in de Hazenstraat 4 in Amsterdam, waar hij beschikt over twee grote studio’s (8×12 m en respectievelijk 3 en 4 m hoog), een doka en een afwerkruimte. In deze zelfde ruimten is de Paul Huf Film Associates werkzaam geweest. In zijn studio heeft Huf naar eigen ontwerp verlichting aangebracht: een grote, zelfgebouwde lichtbak met ingebouwde spots en flitslampen. Een ‘oneindige’ achtergrond – een betonnen muur die in een ronding doorloopt in de vloer, zodat er geen hoek is die schaduwvorming kan veroorzaken – maakt permanent deel uit van zijn studio.

 

'Leeg Kijken'

Paul Huf werkt het liefst alleen; zeker als fotograaf is hij altijd een echte ‘Einzelgänger’ geweest, zelfs in de periode dat hij in zijn drukke foto- en filmbedrijf een flink aantal medewerkers had. Hij neemt de tijd om een idee te ontwikkelen en werkt dit idee met veel aandacht uit tot een goed concept. Daarna heeft hij maar enkele opnamen nodig om de gewenste foto te verkrijgen. Een belangrijke reden om alleen te willen werken is dat Huf bij het fotograferen contact wil hebben met de persoon of personen die hij fotografeert, ongeacht of het professionele modellen betreft of mensen die zijn studio voor de eerste maal betreden. De aanwezigheid van andere mensen op de ‘set’ werkt storend en stelt het model of de te portretteren persoon niet in staat de voor de camera vaak optredende gêne te laten vallen. Om de persoon in kwestie meer zelfvertrouwen te geven, maakt Huf een polaroidfoto van de pose en de compositie die hij zich voorstelt, zodat men een idee krijgt van het uiteindelijke resultaat. Vooral bij het maken van een portret vraagt hij zijn cliènt hem zoveel mogelijk te vertrouwen, zich niet op het toestel te concentreren, maar aan iets anders te denken, zodat men een bepaalde verteblik in de ogen krijgt die Huf ‘leeg kijken’ noemt. Op dat moment is hij in staat de voor hem meest karakteristieke foto van iemand te maken. Ook reclameopdrachten bedenkt Huf veelal alleen en werkt deze zelfstandig uit, zonder tussenkomst van een artdirector. In het begin van zijn loopbaan bestond het fenomeen ‘artdirector’ nog niet en was hij op eigen inventiviteit en creativiteit aangewezen. Toen de reclamebureaus in de jaren zestig de artdirector creëerden, had Huf zich al zó waar gemaakt in het reclamevak, dat zijn opdrachtgevers alle vertrouwen in zijn capaciteiten hadden en hem geheel volgens eigen inzicht lieten werken.

 

Aanpakken nieuwe initiatieven

Vooral vanwege zijn inzicht in fotografie en zijn ruime werkervaring op dat terrein is Paul Huf vanaf begin jaren zestig tot heden een veel gevraagd deskundige voor allerlei jury’s, lezingen en symposia in binnen- en buitenland. Hij is daarnaast actief als bestuurslid, reeds lange tijd van de Stichting World Press Photo en nu van de Stichting Dutch Photography. Het aanpakken van nieuwe initiatieven heeft vooral zijn belangstelling. Zo was hij nauw betrokken bij de oprichting van de tijdschriften Avenue, een geesteskind van Joop Swart, en Zero. De Stichting Dutch Photography is door Huf en Govert de Roos bedacht en opgericht. Paul Huf heeft in zijn lange loopbaan een historisch archief van portretten van bekende Nederlanders opgebouwd. Van bijna alle kunstenaars, toneelspelers, cabaretiers en musici die het culturele leven in Nederland na de Tweede Wereldoorlog hebben gedomineerd, vindt men in Hufs archief één of meer portretten. De fotografie en de werkwijze van Paul Huf hebben diverse maatschappelijke terreinen beïnvloed. Zijn commerciële instelling en professionele aanpak hebben bijgedragen aan een betere waardering voor de vakbekwaamheid van beroepsfotografen in het algemeen en mede daardoor is de positie van mode-, reclame- en reportagefotografen in de naoorlogse decennia verbeterd. Zijn fotografische stijl heeft onmiskenbaar invloed gehad op de portret- en reclamefotografie in Nederland en met name in de portretfotografie doet deze invloed zich de laatste jaren opnieuw gelden.

 


"Veel techniek is naar je toegekomen
waardoor fotograferen makkelijker is.
Maar wat onmiskenbaar is
dat is die man achter de camera
en dat stukje visie wat nou werkelijk nodig is.


Paul Huf (1924-2002), fotograaf


 

 

 

 

 


Ludwig van Hooren is lid van Dutch Photographers (DuPho), platform GKf, Federation of European Photographers (FEP), Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), Canon Professional Services (CPS).

Ludwig van Hooren Vakfotografie staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel in Breda. Op alle werkzaamheden zijn de Algemene Leverings- en Betalingsvoorwaarden van toepassing.


 

terug naar portfolio reclamefotografie